
mandala oefening nacht 2
Verkennen van de eigen heilige ruimte
De diepte van de individuele ziel is een mysterie. De wereld van de ziel is een verborgen wereld. Het verborgene en het heilige zijn zusters; als het verborgene niet
wordt gerespecteerd, verdwijnt het heilige. De ziel voelt zich meer thuis in een licht dat gastvrij is voor schaduw. Een meer gedempt licht, zoals dat van een kaars.
​
Daarom wil ik je aan het begin van deze oefening graag uitnodigen om een kaarsje aan te steken. Verder heb je een blad nodig, iets ronds om een cirkel mee te tekenen (of een passer) en iets om mee te kleuren. Wasco of pastelkrijt is erg handig, maar met potloden of verf of markeerstiften lukt het ook.

Observeer eerst het kaarsje. Zie hoe het vlammetje in het midden brand, omringt door het kaarsvet dat langzaam smelt. Enkel de buitenste rand heeft wat meer tijd nodig om te smelten. Kijk je vanboven op dan is het een geel midden in een cirkel: het basispatroon van een mandala.
​
Mandala betekend de heilige ruimte die de heelheid van de schepping of het Zelf voorsteld. Het is een archetypisch beeld. Mandala als praktijk is het gehele universum beschouwen. Als meditatie hulpmiddel start men met de focus op het midden waarbij langzaam de aandacht verbreed wordt tot het alle elementen van de afbeelding kan omvatten. Om dan weer terug te keren naar het midden, naar het ene punt van aandacht. Het cultiveert zo zelfbewustzijn en integreert de verschillende aspecten van het zelf, waardoor we als evenwichtige persoonlijkheid in interactie kunnen treden met de wereld rondom ons. Het zelf is dus zowel het centrum, als de hele mandala. Dit gaan we in de oefening verkennen.
​

De oefening
Een halo rond de zon. Het zonnewiel is een natuursymbool.
Een fenomeen van het licht dat breekt op ijskristallen in hoge sluierwolken.
Teken een grote cirkel op je blad.
Duidt met een punt (ongeveer) het midden aan.
Neem nu een krijtje (of potlood, stift, ...)
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​​​​​​​​​Vertrek vanuit het midden. Voel eerst in, probeer jezelf te centreren.
Ga nu langzaam van dit centrum weg door cirkelvormige bewegingen te maken.
Als een uitdeinende spiraal, tot aan de rand van de cirkel.
Hier mag de hele ruimte van de cirkel verkend worden,
een uitdeinende beweging dat steeds meer omvat.
Blijf gefocust op de ervaring: wat voel je? Wat doet dit met je?
​
Nu we de buitenste rand bereikt hebben, keren we de beweging om.
We gaan weer naar binnen, nog steeds in een spiraalvormige beweging.
Met steeds kleiner wordende cirkels.
Tot we opnieuw het centrum bereiken.
We blijven bij de ervaring: voelt het naar binnen gaan anders aan dan de naar buiten gaande beweging?
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​
​Doe dit in volledige aandacht.
Je mag gerust het ritme aanpassen:
eens heel langzaam en dan wat sneller.
Wijzerszin en tegenwijzerszin.
​
Je mag deze twee bewegingen - het naar buiten en naar binnen gaan -
gerust een paar keer herhalen, gewoon over de vorige lijnen heen.
Eindig steeds bij het midden en voel hoe je je steeds sterker gecentreerd voelt.
​
p.s. voor zij die krijtjes gebruiken: herhaal de oefenig de tweede keer door met je vinger het krijt uit te wrijven. Door het huidcontact wordt de relatie met de tekening nog intiemer.





