
oefening nacht 6
Verkennen van tegenstellingen
Neem een blad papier. Ga je met verf werken, zorg dan dat je papier dik genoeg is.
Teken er een cirkel op. Maak hem niet te groot (zeker als je met potlood werkt).
​
Kies uit je favorite medium (potlood, verf, stiften, krijtjes,...) twee verschillende kleuren. Kleur je cirkel in met deze kleuren. Zet ze eerst naast elkaar.

Nu kan je proberen om de kleuren te blenden op de scheidingslijn. Je gaat met de ene kleur over de andere. Met verf lukt dit ietsje gemakkelijker; met potlood ben je even bezig laagje na laagje te leggen.
​​​

​​Variatie
Maak een nieuwe cirkel en kies slechts één kleur (donkerder kleur is gemakkelijker).
Probeer nu een tegenstelling te krijgen met deze kleur: donkerder en lichter. Je kan vlakken naast elkaar maken of gelijdelijk van licht naar donker gaan. ​
​

​Maak er gerust een spel van. Zo zou je een deel van de cirkel kunnen inkleuren met draaibewegingen en een ander deel enkel met rechte heen en weer bewegingen.
​

Variatie met verf
​
Kies weer twee kleuren. Maak je blad eerst goed nat.
Voeg dan eerst vlekken van de ene kleur toe.
Spoel je borstel prober en zet naast de eerste kleur de tweede kleur neer. ​


​Neem nu je blad op en hou het schuin zodat de verf door elkaar gaat lopen. Draai je blad en observeer hoe de kleuren zich mengen. Voeg eventueel nog extra verf toe. Afhankelijk van de soort verf en de kwaliteit zullen de kleuren zich gemakkelijk mengen of juist niet. (Ik gebruikte aquarelverf uit de action. Hier zit veel kalk in waardoor kleuren zich moeilijker mengen en er een 'granulerend' effect ontstaat.)



Je kan er ook even op los spatten.

Wordt tijdens het kleuren gewaar wat de oefening met je doet.
Kan je de kleuren gemakkelijk in elkaar laten over gaan?
Hoe voelt dat?
Behoud je harde randen? Frustreed dit jou?
Wordt er één kleur dominant of ontstaat er een nieuwe kleur?
Wat zegt jouw reacties op je tekenproces over hoe jij met tegenstellingen omgaat?
Wat merk je op?
